Toen ik nog kookboeken las

Ik stapte vorige maand de boekhandel binnen die bekend staat om zijn TOP 10 fictie en non-fictie boeken. Nog maar net binnen botste ik op een tafel met als thema “gezond gelukkig nieuwjaar”. Het aanbod varieerde van “Durf te leven, “Hoe voel ik mij – emotiedagboek” tot “De f*ck it-methode”.

Had ik ze allemaal gekocht was ik een stapel boeken rijker. Een hele som armer en lagen de boeken maandenlang op de salontafel stof te vangen. Ik zou een jaar nodig hebben om alle boeken te lezen. Maar dan zou ik ze nog maar gelezen hebben en niets ervan toegepast. Daar zou ik niet gezonder van geworden zijn.

Zelfhulpboeken zijn een hit. Dat onze psychologische gezondheid het laatste decennium heel belangrijk is geworden, daar twijfel ik niet aan. Op bewolkte winterse dagen voel ik me wel eens somber. Als ik niet genoeg slaap ben ik lichtgeraakt tot ontvlambaar. En als ik op bewolkte winterse dagen te weinig sliep, weet ik eigenlijk ook niet meer wie ik ben. Ik heb dan de neiging het antwoord in een boek te zoeken.

Sinds mijn tienerjaren las ik veel boeken. Literatuur met bij voorkeur een filosofische insteek. Dat waren geen zelfhulpboeken. Toch heb ik er mijn identiteit in teruggevonden. Samen met de waarden die ik belangrijk vond. Wanneer ging het dan verkeerd en werd ik bedolven onder de informatieve boeken? Toen we besloten zwanger te worden.

Ik kocht een boek met alle weetjes over zwanger worden tot de eerste levensdagen van de baby. Vanaf de geboorte ging het verder bergaf. De mensen rondom me gaven, met heel goede bedoelingen, gouden raad. Ongevraagd maar zeker welkom. Maar die gouden raad was eigenlijk heel verwarrend. Het maakte me ook afhankelijk van literatuur om mijn weg te zoeken in het opvoeden van mijn dochter.

“Ik lees kook- en babyboeken”. Dat was wat ik enkele jaren geleden zei tegen de buurvrouw, die daarna vertelde dat ze op dat moment Isabel Allende las. Ik kon door de grond zakken van schaamte. Want mijn boekenkast was gevuld met Mulisch, Nooteboom, Nothomb en zelfs Proust.

Tot op vandaag betrap ik me erop dat wanneer mijn dochter me een vraag stelt, ik het onderwerp intyp in de zoekfunctie van de bibliotheekcataloog. Enkele maanden geleden was ze me voor. “Waarom hebben meisjes twee gaatjes mama?”. Daar zat ik dan zonder boek met het antwoord. Hoe zou ik dat op een pedagogisch correcte manier uitleggen aan een achtjarige?

Ik heb even de tijd genomen om na te denken. Ik kon haar op een begrijpbare en mooie manier de eerste seksuele voorlichting gegeven. De boeken die me hadden geholpen om daar een fijn gesprek over te hebben waren die romans uit mijn vorig kinderloos leven.
Ze wilde er meer over weten. Dus zochten we samen naar geschikte boeken in de bibliotheek. (Er zit echter een hiaat in de voorlichtingsboeken voor de leeftijd van 6 tot 10 jarigen, maar dat ter zijde.)

Toch ban ik niet alle zelfhulpboeken uit mijn leven. Ik merk dat ik literatuur nodig heb. Niet om mezelf te helpen, maar om mezelf terug te vinden. Om kritisch na te denken over mezelf en de manier waarop ik wil leven.  Maar ik beperk me niet meer tot die ene tafel in de boekhandel. Ik verruim mijn wereld naar alles wat gelezen kan worden. Van de dikste roman tot de scheurkalender.

Sinds enkele weken schrijf ik over mezelf. Dan kan ik mezelf lezen als ik het even niet meer weet.


Een reactie achterlaten

Je e-mailadres zal niet getoond worden. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *